15 March 2016

Tragedie van een Amsterdamse omafiets


Jaarlijks kopen duizenden studenten in Amsterdam illegale fietsen die door junks uit de grachten zijn gevist. De schokkende geschiedenis van zo’n uitgebuite fiets wordt vaak onder tafel geschoven. Ik sprak met een ex-gestolen fiets en bied een exclusief kijkje op het onverlichte deel van het fietspad. 

'Mijn moeder was een bakfiets. Ze werd opgekocht door een bloemist, waarvoor ze dagelijks plantenbakken en zware zakken met aarde moest vervoeren. Ze was gehard door de verdwijning van mijn omafiets-oma tijdens de Tweede Wereldoorlog. We denken dat mijn opa, een raszuivere Fahrrad van het merk Rotwild, er iets mee te maken had. Hij had immers met trots onder Görings dikke billen gezeten. Ik werd vroeg van mijn familie weggehaald en geadopteerd door een pittige Viva-lezende dame genaamd Anneke. Ze werkte fulltime achter de kassa bij de Kitsch Kitchen. Mijn stuur raakte verstrikt in de plastic paarsrode bloemen waarmee ze mij versierde en die matchten met haar vlotte stekeltjeshaar. Ook deed ze een fietszadelhoes met jaguarprint om mij heen, zodat we ‘dagelijks over de grachten konden tijgeren’. Ik piepte telkens stilletjes als ze met haar volle gewicht bovenop mij zat. Op een mistige woensdagavond fietsten we na een dolle Ladies Night bij Pathé naar huis. Anneke had te diep in haar gratis flesje rosé gekeken en strompelde in haar rode cowboylaarsjes weer het huis in. Maar ze was vergeten mij aan haar felroze ketting te doen. Voordat je ‘huishoudbeurs’ kon zeggen, werd ik meegenomen door een onbekende man.'

De ontvoering 
'Mijn ontvoerder nam me mee naar een verafgelegen schuur. Toen hij mij ontdeed van mijn Kitsch Kitchen prullaria, wist ik voor het eerst hoe vrijheid voelde. Eerst was ik een beetje bang voor hem, maar langzamerhand leerde ik hem beter kennen. Zijn naam was Han. Zijn uitgezakte nektattoos en holle wangen verraadden een leven vol tegenslagen. Han was vroeger een ambitieuze amateur-turner, maar in 2002 kwam hier op tragische wijze een einde aan. Bij het demonstreren van de Vliegende Aap liep hij een blessure op tijdens de kampioenschap amateur-turnen in het Friese dorp Bargebek. Sindsdien zoekt hij zijn heil in de illegale fietsenhandel en het verzamelen van apenportretten. Maar ik kon niet lang bij Han blijven. Hij had namelijk geld nodig voor een nieuw slingeraapschilderij van de kunstenaar Hubert Hamburg, dus nam hij mij de volgende dag mee naar het Spuiplein. Daar werd Han aangesproken door een Russische man met een mal bolletjesmuts. Er stond met koeienletters “AMSTERDAM” op zijn hoofddeksel geprint. Toerist dus. Hij dacht dat Han drugs verkocht en gaf hem twintig euro voor paddo’s. Han griste het geld uit de hand van de Rus en verdween in de dichtstbijzijnde steeg. De Rus bleef verward achter, niet begrijpend waarom hij een damesfiets had gekregen. Met verrassende snelheid accepteerde hij de situatie en ging hij met mij fietsen, op zoek naar paddenstoelen. Maar bij de eerste kruising belandde hij met mijn wielen in de tramrails, waardoor we over de kop vlogen. De Rus lag kermend op de weg, terwijl een Chinese familie hard lachend selfies maakt met zijn gebroken lichaam. Mijn fietslamp begaf het en het werd mij zwart voor de wielen.'

Een nieuw begin 
'Ik werd wakker op het politiebureau met een nieuwe fietslamp. Een agent had mij meegenomen, nadat hij klachten binnenkreeg over een Rus die het verkeer blokkeerde. Ik kreeg te horen dat ik een lokfiets zou worden van een agent in burger. Mijn nieuwe partner, Frenk, had hiervoor undercover gezeten bij de Hell’s Angels. Maar het werd hem te link om met meer dan 20 km per uur op een motorfiets te zitten. Mijn eerste avontuur met Frenk bevond zich op het Leidseplein, waar de neonlichten zoemden als een zwerm hongerige poepvliegen. Een luid krakende bierfiets kreeg het zwaar te verduren vanwege de Britse toeristen die bovenop hem zaten. Mijn vader was een bierfiets. Op een tragische avond reed hij samen met het twintigkoppige bestuur van de Manchester United fanclub de Keizersgracht in. De mannen dreven vanwege hun bierbuiken en bomberjacks als bleke diepzeevissen naar de oppervlakte. Mijn vader zonk daarentegen naar de bodem, om nooit meer gezien te worden. Ik slikte even. Frenk liep met mij een steeg in en we zagen een korpsbal in een ongure steeg overgeven. Frenk schraapte zijn keel en zei: “Hey tijger, fietsje kopen? Ik heb een mooie oma, is nieuw. Twintig euro!” Hij zette mij op de standaard en prees me aan als een volbloed racepaard. De korpsbal veegde zijn mond af en keek op.
“Twintig euro? Pik, ik bied vijfentwintig!” De jongen haalde zijn plakkerige hand door zijn harde gelhaar, die hij met moeite weer eruit kreeg.
“Hey gap, het is hier geen veiling...” zei Frenk verward.
“Hoor eens, pauper," onderbrak de jongen hem. "Ik bied je mijn Rolex aan en probeer daar maar eens overheen te komen!”
“Goed, goed,” verzuchtte Frenk.
Wanneer de korpsbal een stap vooruit zette om de koop te besluiten, gaf Frenk de jongen een brute kopstoot. Vervolgens duwde hij met zijn imposante lijf de knul tegen een muur en sloeg hem in de boeien. “Zo jongen, het is uit met de grap. Jij gaat mee naar het bureau.” Het ging zo snel dat ik het niet kon geloven. Onze eerste missie was volbracht. We hadden een boef gevangen! Dit gevoel van zelfvoldaanheid en trots was nieuw voor mij. Het voelde alsof ik mijn plek in de grote fietsenstalling van het leven had gevonden. Maar ik weet dat er anderen zijn die niet zoveel geluk hebben als ik...'

11 September 2015

The Dairy of a Teenage Girl: seksuele voorlichting met een beetje LSD



De 15-jarig Minnie (Bel Powley) groeit op in de post-hippie jaren 70 van San Francisco, Californië. Ze wil kunstenares worden en bewondert de underground striptekenares Aline Kominsky. Minnie’s bohemien moeder Charlotte (Kristen Wiig) is vaak met haar vrienden te vinden in de woonkamer, waar ze gretig met hun neus in een berg cocaïne liggen. Wanneer Minnie haar maagdelijkheid verliest aan Charlotte’s 35-jarige  vriend Monroe (Alexander Skarsgard), begint ze haar seksuele avonturen vast te leggen in cassettetapes en comics. 

The Diary of a Teenage Girl is Marielle Heller’s debuut als regisseuse en scriptschrijver. Het verhaal is gebaseerd op de semi-autobiografische graphic novel van Phoebe Gloeckner. De film ging in première op het Sundance Film Festival en werd geprezen om haar open en eerlijke benadering van vrouwelijke seksualiteit. Het verhaal had makkelijk kunnen uitdraaien als het grimmige Thirteen (2003), waarin een tienermeisje zichzelf verliest in de wereld van seks en drugs. Seks en tienermeisjes lijken moeilijk samen te gaan in films. De seksualiteit van jongens wordt als iets natuurlijks gezien (“boys will be boys ”), terwijl er van meisjes wordt verwacht dat ze zichzelf niet snel “weggeven”. Meisjes worden niet als seksuele subjecten gezien, maar als passieve objecten die verworven moeten worden door jongens. Ook in mijn omgeving merk ik dat de alom bekende dubbele standaard nog steeds springlevend is: een jongen met veel bedpartners wordt een “koning” genoemd, terwijl een meisje met veel bedpartners als een “slet ” wordt bestempeld. Men vergeet dat tienermeisjes ook stijf staan van de hormonen en nieuwsgierig zijn naar seks. En dat daar niks mis mee is. Minnie krabbelt haar notitieboekje vol met aderige penissen en naakte vrouwenlichamen. Ze ziet haar seksleven als een groot avontuur, maar het gaat niet zo soepel als een gemiddelde aflevering van Sex and The City. Minnie is namelijk te jong om seks, affectie en liefde duidelijk van elkaar te onderscheiden. Ook krijgt ze verwarrende boodschappen van de volwassenen in haar omgeving, die haar seksualiseren en tegelijkertijd infantiliseren. Er wordt haar verteld dat haar ontluikende seksualiteit veel macht heeft over mannen, maar wanneer ze haar eigen keuzes wil maken wordt ze weggezet als een kind dat te snel volwassen wil worden.  

Hoe Alexander Skarsgard's snor ons verleidt

We krijgen toestemming om in het kleurrijke hoofd van een tienermeisje te kruipen. Minnie’s tekeningen komen tot leven en soms wordt ze vergezeld door een geanimeerde Aline Kominsky. Door de rondfladderende visuals lijkt de film soms op een LSD-trip. Het is verfrissend om Minnie’s  lichaam en seksleven vanuit haar eigen perspectief te zien. De seks- en naaktscènes worden niet geromantiseerd en zijn niet gemaakt voor de male gaze. Er zijn geen sexy close-ups van borsten en billen. De scène waarin Minnie in de spiegel naar haar naakte lichaam kijkt is niet geseksualiseerd, maar schept herkenbaarheid voor meisjes die stilstaan bij hun veranderende lichaam. Daarnaast is haar lichaam “on-Hollywood”, maar houdt dat haar niet tegen om erop los te flirten. Haar verlangen naar Monroe begint wanneer hij “onbewust” zijn hand op haar borst legt. Maar zij is degene die de eerste stap zet en laat weten dat ze seksueel in hem geïnteresseerd is. Dit is de rode lijn van de film: wat er ook gebeurt, Minnie is degene die controle heeft over haar seksualiteit. Alexander Skarsgard, bekend als de Viking vampier Eric Northman in True Blood, weet Monroe te spelen zonder net zo creepy te worden als zijn snor doet vermoeden. Hoewel er duidelijk een onevenwichtig machtsbalans is tussen een 15-jarig meisje en een 35-jarige man, verkent de film een grijs gebied waarin hij geen verkrachter is en zij geen slachtoffer.

Het had een radicaal verhaal kunnen zijn, waarin een meisje vecht voor een liberaal seksleven. Alleen heeft Minnie niet casual sex om genderstereotypen over seksualiteit bewust tegen te gaan. Ze meet zich niet aan haar mannelijke leeftijdsgenoten, die om hun veroveringen worden ge-high fived terwijl zij een slet wordt genoemd. Ze heeft seks omdat het leuk is. Minnie is niet revolutionair, maar normaal. En dit maakt de film in zijn geheel revolutionair. Heller geeft namelijk een podium aan een grote groep die vergeten wordt in films: tienermeisjes die seksueel op ontploffen staan en er niet aan onderdoor gaan. Ook wordt duidelijk gemaakt dat zelfrespect niet verbonden is met het aantal bedpartners die een meisje heeft.  

Door de eerlijke verkenning van seksualiteit, is The Diary of a Teenage Girl betere seksuele voorlichting dan andere media en is het een film die ieder tienermeisje moet zien. Wat lastig wordt gemaakt aangezien de film en 16+ rating heeft gekregen van Kijkwijzer, vanwege “grof taalgebruik” en “drugs en/of alcoholgebruik”. In Engeland moeten bioscoopgangers zelfs 18 jaar of ouder zijn vanwege de, overigens tamme, seksscènes. Hypocriet, want zoals regisseuse Heller zegt: 

In an age where young women are still continually being sexualised and objectified we feel The Diary of a Teenage Girl sends a very positive, reassuring message to young girls about female sexuality and body image. It is a shame that audience will not be able legally see a film that was made by women for women of all ages. 

Gelukkig vinden meisjes van Minnie’s leeftijd in deze tech-savvy tijdperk wel een manier om deze film alsnog te zien. Ook volwassen vrouwen kunnen herkenning vinden in Minnie’s seksuele nieuwsgierigheid en zoektocht naar identiteit. De 80-jarige oma die naast mij in de bioscoop zat kan dit beamen.  

09 September 2015

Assassination Classroom: buitenaards gegiebel en excessief pubergeweld




Asassination Classroom is gebaseerd op de gelijknamige manga, waarvan het eerste deel in 2012 uitkwam. Naast de live-action film, bracht de razendpopulaire franchise dit jaar een game en het eerste seizoen van de animeserie uit. Door het excessief geweld en absurdistische humor behoudt de film veel van zijn ongerijmde manga-elementen.

Het plot is een beetje krankjorum. Het draait om een gele octopus-achtige alien met een grote grijnzende smilie-hoofd die zeventig procent van de aarde heeft vernietigd. Ook de aarde wordt door het monster, dat beweegt met een snelheid van Mach 20, bedreigd met hetzelfde lot. Maar hij geeft de mensheid nog één kans om de vernietiging te voorkomen en stelt voor om les te geven aan klas 3E van Kunugigaoka Junior High School. Waarom het ruimtewezen deze klas uitkiest, of deze school, of waarom hij in godsnaam docent wil worden, weet niemand. Voor hun eigen geestelijke gezondheid stellen ze maar geen vragen en het is beter als je als kijker hetzelfde doet. Naast de normale schoolvakken, zal de goedlachse inktvis de leerlingen zelf trainen in de kunst van het doden. Elke dag moedigt hij ze aan om hem om zeep te helpen, waarna de kogels, messen en explosieven door het scherm vliegen. Als hij binnen een jaar wordt geliquideerd, krijgen de leerlingen van de Japanse overheid tien miljard yen (73 miljoen euro). Anders laat hij de aarde op de dag van de diploma-uitreiking ontploffen.




 Het lokaal van klas 3E is geïsoleerd en bevindt zich ver af van de rest van de school. De pubers zijn ongemotiveerd en worden gezien als uitschot. Niemand gelooft in hun, behalve, natuurlijk, hun nieuwe docent. Hij leert ze hoe ze een machinegeweer moeten gebruiken en geeft ze daarnaast belangrijke levenslessen. De kinderen worden steeds beter in schieten, maar beginnen ook affectie te voelen voor het schattige monster. Ze noemen hem liefkozend Koro-sensei (Mr Octopus). Met zijn onorthodoxe lesmethodes en hartverwarmende intenties is hij een gele buitenaardse versie van Kim Basinger in Dangerous Minds, een acht-tentakelige Hilary Swank in Freedom Writers. De film wordt hierdoor soms cheesy, maar dat wordt al snel goedgemaakt door intense moordaanslagen.

De film probeert 75 hoofdstukken van de manga in 110 minuten te proppen en dat is merkbaar. Elke tien minuten is er een nieuwe plottwist en wordt er een nieuw personage geïntroduceerd. Maar als kijker raak je, net zoals de leerlingen, snel gewend aan de krankzinnigheid. In deze wonderlijke wereld accepteer je ook maar dat de Koreaanse actrice Kang Ji-young met een blonde pruik door moet gaan voor een Russische sluipmoordenaar. Door het hoge tempo is ruimte voor karakterontwikkeling onmogelijk, maar maken de energieke actiescènes en over-the-top humor veel goed. Koro-sensei bestaat compleet uit CGI, maar stemacteur Kazunari Ninomiya geeft het monster een extra laag knuffelbaarheid. De zin waarmee hij zijn leerlingen elke ochtend begroet (“now kill me, hihi”) is vertederend. Zelfs als je niet bekend bent met de manga en anime, is het moeilijk om aan het einde niet te juichen voor de olijke Koro-sensei.

15 April 2015

Een mijlpaal voor Aziatische diaspora


Kort geleden ging de serie Fresh Off The Boat in première op de Amerikaanse zender ABC. Het is de eerste Amerikaanse sitcom over een Aziatische familie, sinds de annulering van Margaret Cho’s All-American Girl in 1995. Fresh is losjes gebaseerd op de memoires van chef-kok Eddie Huang. In de serie ondergaat de 12-jarige Eddie met zijn Taiwanese immigrantenfamilie een cultuurschok, wanneer ze van multicultureel Washington DC naar de witte suburbs van Orlando verhuizen. Door de beperkte representatie van Aziatische Amerikaanse voorbeelden, begint Eddie een voorliefde voor hiphop te ontwikkelen: een muziekgenre dat in eerste instantie werd gemaakt door en voor Afro-Amerikanen. Hij herkent zichzelf in de teksten van Tupac, N.W.A en Public Enemy, die perfect verwoorden over hoe het is om een outsider te zijn in je eigen land.

Ook ik zag als kind alleen witte en soms zwarte gezichten op televisie, waardoor ik me nergens mee identificeerde. Ik keek soms naar Aziatische dramas, maar geen enkele serie exploreerde de ervaringen van Aziatische diaspora. Het voelt daarom erg onwennig om mijn etniciteit terug te zien op Fresh Off The Boat. Ik verwacht elk moment een gong wanneer een personage binnenloopt, of dat het accent van de moeder één lange punchline wordt. Maar het gebeurt niet. Ik zie eindelijk Aziaten die worden gerepresenteerd als … Mensen. Mijn ras staat nu in de spotlights, zonder dat het vervalt in stereotypes. Is dit hoe het voelt voor blanke mensen wanneer ze sitcoms kijken?

De enige racistische vooroordelen in Fresh worden ingezet om de onwetendheid van de blanke mensen te tonen (“Your name is Jessica? I was expecting something more... exotic”). Niet de Aziaten, maar de blanke mensen worden als de vreemde “Ander” neergezet. Het NASCAR-feestje van de buurtbewoners is voor Eddies familie net zo ‘vreemd’ en ‘anders’ als Jessica’s tofugerecht, waar de andere huisvrouwen bijna voor wegrennen. De scène waarin de blanke lerares in paniek raakt omdat ze Eddies Chinese naam niet uit kan spreken, is hilarisch herkenbaar. Ook als Eddie door zijn klasgenoten wordt buitengesloten vanwege de ‘stinkende’ Chinese bami die zijn moeder hem meegeeft, doet me denken aan de keren dat ik geen lo mai gai (gestoomde plakrijst in lotusblad) mee naar school wilde nemen. Hoe lekker het ook is, als kind heb je meteen door dat dat je anders maakt. Daarom nam ik net zoals Eddie elke dag “white people lunch” naar school, zoals een droge boterham met kaas en dronk ik liters schoolmelk. Gelukkig was ik niet lactose-intolerant.


De echte Eddie Huang verkocht de rechten van zijn boek aan een groot netwerk, omdat hij  de beperkte en racistische beeldvorming over Aziaten wil veranderen. “Culturally,we are in an ice age,” zegt hij over de positie van Aziatische Amerikanen. “We don’t even have fire. We don’t even have the wheel. If this can be the first wheel, maybe others can make three more. We can get an axle and build a rice rocket." Door naar zijn serie te kijken, besef ik dat er zoveel verhalen te vertellen zijn over Aziatische diaspora. En ik zal niet rusten tot ik mijn eigen verhaal heb verteld.